De Lebbenbrugge in het nieuws

geplaatst: 20-5-2009, Tubantia

'Een echte oude boerderij bezitten...'

 
BORCULO - G.A. van der Lugt blijkt drijvende kracht achter Lebbenbruggemuseum.
 

In den beginne was de zorg. De zorg over de moderne tijd, waarin de omwenteling van de landbouw de teloorgang van het aloude teweeg bracht. De mensen op het platteland hadden gedurende eeuwen op nagenoeg dezelfde manier gewoond, geleefd, het land bewerkt en dieren gehouden. De landbouwrevolutie maakte daar vanaf het einde van de negentiende eeuw met rasse schreden een einde aan: de grupstal kwam in de plaats van de potstal en luidruchtige motoren vervingen de spierkracht van mens en dier. Tenminste één Saksische boerderij in de regio moest behouden blijven voor het nageslacht. Met dat doel richtten in 1925 zeven deftige heren in de Buitensociëteit in Zutphen de 'Oudheidkundige Vereniging De Graafschap' op. Onder hen meester H.W. Heuvel, hoofd der school in Borculo. Diens ideaal: 'Een echte oude boerderij bezitten, zooals die altijd geweest was voor stoom, benzine en elektriciteit alles begonnen te veranderen. Dit boerenbedrijf laten bestaan, opdat het nageslacht tot in de lengte van dagen zal kunnen aanschouwen, hoe onze voorouders in de Graafschap leefden en werkten. Daarvoor is thans de tijd gekomen, immers in onzen beschaafden tijd wordt alles gladgeschaafd.' Heuvel overleed een jaar na de stichting van De Graafschap, in 1926. Zijn metgezellen richtten de Meester H.W. Heuvelstichting op, die zich zou bezighouden met de aankoop van een boerenhuis. Dat dit De Lebbenbrugge in Borculo zou zijn, was lange tijd niet zeker: de onderhandelingen verliepen moeizaam en de heren namen ook een kijkje op twee andere boerenerven: Het Rijkenbarg in Ruurlo en Het Ontink in Eibergen. Volgens Ben van Dijk, die zich ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan in de oprichtingsgeschiedenis van De Lebbenbrugge verdiepte en er een boekje over samenstelde, is het aan G.A. van der Lugt te danken dat het museum uiteindelijk in Borculo werd gevestigd. "Van der Lugt kwam in verzet, daarom zie ik hem als de grote oprichter achter het museum." Van Dijk ontdekte in de archieven hoe slim de onderwijzer uit Gelselaar het speelde: Van der Lugt maakte sluw gebruik van het succes van de 'Graafschapschen Folkloredag' in 1928, die werd gehouden om geld in te zamelen voor aankoop van De Lebbenbrugge. Duizenden mensen kwamen die dag naar Borculo voor een folkloristische optocht met de titel 'Eenvoud en waarheid'. In een speciale bijlage schreef de Borculosche Courant op 28 augustus 1928: 'Zoveel volk was er zelfs met de Stormramp nog niet bijeen geweest. In rijen van 6 tot 10 personen dik keek men naar de optocht. Etalagekasten bevatten slechts levende poppen. Uit vensters hingen ritsen meisjesbenen te bengelen, zelfs dakramen waren bezet.' De folkloredag werd in Borculo gehouden, volgens de officiële lezing omdat 'Borculo het middelpunt is van een streek, waar de bevolking, hoewel vooruitstrevend op velerlei gebied, toch nog sterk aan het oude gehecht is en de oude gebruiken en de ouderwetsche kleederdrachten nog in eere houdt.' "Een verzinsel", oordeelt Van Dijk. "Was dat niet in de meeste plaatsen in de Graafschap zo? Zeker na die cycloon geloof ik niet dat in Borculo alles nog zo goed behouden was." Hij vermoedt een andere reden: de keuze viel op Borculo om de geesten en dus het geld 'rijp' te maken voor de aankoop van De Lebbenbrugge. Dat bleek een jaar later, toen de koop vanwege moeilijke onderhandelingen met de verkoper, D.H. ten Klooster uit Amsterdam, weer eens ter discussie werd gesteld. Van der Lugt klom in de pen: 'U zult mij zeker niet verdenken van kleinsteedsch chauvinisme, maar de f 1200,- die hier in Borculo opgehaald zijn, evenals de f 3000,- die door het Uitvoerenden Comité van de Graafsch. Folkloredag zijn overgedragen aan de Heuvelstichting, zijn gegeven in de verwachting dat de Heuvelstichting in deze gemeente haar 'museum' zou stichten. Wanneer de menschen hadden kunnen vermoeden, dat het museum ergens anders zou komen, dan hadden zeer velen of niets, of veel minder gegeven.' Het pleidooi miste zijn uitwerking niet. De Lebbenbrugge bleef in beeld en na bijna vijf jaar onderhandelen werd op 28 oktober 1931 in het kantoor van notaris Verwey de transportakte gepasseerd. De Meester H.W. Heuvelstichting werd voor 5000 gulden eigenaar van de boerderij, schuur, weg, brug, singels en zo'n zestig are grond. Restauratie en inrichting namen nog eens drie jaar in beslag, maar op 25 augustus 1934 was het zover: het museum De Lebbenbrugge werd officieel geopend.

 

 

 

geplaatst 11-12-2006

geplaatst 16-01-2007

geplaatst 18-01-2007

geplaatst 15-06-2007

geplaatst 22-11-2007

geplaatst 24-07-2008

geplaatst 20-05-2009

 

 

-    Nostalgie verkoopt uitstekend.

-    Berkelzomp als huwelijksbootje.

-    Slinge: kaalslag of puur natuur?

-    Trouwen in de De Lebbenbrugge

-    Paar 'oaver de Lebbenbrugge'  

-    Geen weefsel zonder schering en inslag

-    'Een echte boerderij bezitten'

   

 

      

geplaatst: 24-7-2008, Tubantia

Geen weefsel zonder schering en inslag

BORCULO/NEEDE - Ach ja, soms krijg je van die vragen van museumbezoekers. Zoals van die mevrouw die tegenover Henk Klein Nijenhuis bekende dat ze een stapel gloednieuwe theedoeken had weggegooid. "Ze zei dat ze er niet mee kon afdrogen", vertelt de 66-jarige Needenaar. "Hebt u ze dan eerst gewassen?, vroeg ik. Nee, dat had ze niet. Dat moet wel. Het garen wordt namelijk behandeld met maïsmeel om de sterkte van de draad te verhogen. "

Schering, inslag, de schachten, het riet, de kettingboom - het zijn begrippen waarmee de meeste mensen niet veel meer kunnen beginnen. Met het verdwijnen van de textielindustrie uit de Achterhoek en Twente raakt ook de kennis van het vak in vergetelheid. En mensen uit het westen van Nederland hebben vaak helemaal geen idee van het vervaardigen van stoffen, weet Klein Nijenhuis.

"Het zou zonde zijn als dit vak helemaal zou verdwijnen", meent de Needenaar. Daarom zit hij in zijn vrije tijd geregeld achter de 17e-eeuwse weefstoel van boerderijmuseum De Lebbenbrugge in Borculo. En is hij op zoek naar enthousiaste vrijwilligers, die van hem de kneepjes van het vak willen leren. Want hij vindt dat je op een weefstoel in een museum het ambacht in de praktijk moet demonstreren. "Als museum kun je blij zijn als je zo'n stoel hebt. Ze zijn er nog wel: in De Scheper in Eibergen, bij Erve Brooks in Gelselaar, in Winterswijk, Delden en Goor. De meerwaarde is dat je ook kunt laten zien hoe het werkt. Anders kun je de deur maar beter dicht laten."

Het had niet veel gescheeld of de deur van de weefkamer in De Lebbenbrugge was enkele jaren geleden inderdaad dichtgegaan. Er viel niet meer te werken op de weefstoel uit 1687, die toe was aan grondige restauratie. Maar wie had voldoende verstand van zaken voor zo'n klus? Het toeval hielp De Lebbenbrugge indertijd een handje. Bestuurslid Ben Tragter van het museum herinnerde zich een ontmoeting bij Ter Wheeme in Neede, waar hij in 1997 filmopnames maakte van de laatste dagen van de fabriek. Daar liep hij Henk Klein Nijenhuis tegen het lijf, de technische man van de onderhoudsdienst. Die was een paar jaar later gaarne bereid eens een kijkje te nemen bij de weefstoel in De Lebbenbrugge. " Tja, hoe trof ik hem toen aan? Ik vond het jammer dat er een weefstoel stond waar mensen niet goed op konden werken. Dat had ik eerder op mijn werk ook altijd."

Klein Nijenhuis nam de oude weefstoel grondig onder handen en maakte hem weer gereed voor het weven. Ook andere spullen in de weefkamer kregen hun functie terug. "Er stonden hier dingen waarvan niemand wist wat je ermee kon, zoals dit scheerram", wijst Klein Nijenhuis naar een geraamte waarop hij klossen met garen heeft vastgezet.

De weefgetouwen die hij in zijn werkzame leven onder handen heeft gehad waren vele malen ingewikkelder dan de simpele weefstoel in de boerderij. Toch heeft Klein Nijenhuis zijn hart verpand aan het eenvoudige apparaat. " Dit is de voorganger van alle latere weefgetouwen. Die zijn veel complexer, maar het systeem is nog altijd hetzelfde. Of je nou linnen weeft zoals vroeger, ijzerdraad of kunstgras zoals nu, je moet een vak hebben waar je een draad doorheen haalt."

Als hij demonstraties geeft voor publiek, is het weven zelf eigenlijk een klein beetje bijzaak. "Mensen vragen weleens hoeveel meter ik maak op een dag. Dat vind ik niet zo belangrijk, net zomin als de kwaliteit. Mij gaat het vooral om het verhaal van het weven." Klein Nijenhuis vertelt hoe vroeger op zowat elke boerderij een weefstoel stond om in de winterdag linnen te maken van het vlas dat 's zomers werd verbouwd. Hoe mensen acht uur lang in de kleine, niet verwarmde kamer 'op die rotplank' van de weefstoel moesten zitten. Hoe belangrijk een goed gevulde linnenkast was voor het aanzien van de boerderij. "Als er visitie was, bekeken de mannen de koeien en de vrouwen de linnenkast. Dan werden de linnenrollen geteld en voelde men zelfs in de kast of er wel twee rijen rollen lagen. Hoe meer linnenrollen in de kast, hoe groter de boer." Hij vermoedt dat die status ook kon worden afgelezen aan de staat van de weefstoel. "Kijk, dit geraamte is gemaakt van vrij zwaar hout met bijzondere inkepingen. Dat zal mogelijk met de grootte van de boer te maken hebben."

Wie belangstelling heeft om het vak van wever te leren van Henk Klein Nijenhuis hoeft wat hem betreft niet meer mee te brengen dan veel bezieling. "Het weven zelf heb je nog wel een keer onder de knie. Stukje bij beetje ga ik iets vertellen van de achtergronden en wat meer technische uitleg geven. Hoe vaker dit toestel gebruikt is, hoe mooier dat is voor het publiek." De beloning van de vrijwillige museumwever is het enthousiasme van de bezoekers. "Vooral de jeugd weet helemaal niet meer wat weven is. Dan zeg ik: kijk eens naar je eigen blouse of overhemd. De verrassing is dan altijd groot: gebeurt dat zo?"
 

 

 

 

        

 

Tubantia

Tubantia

Tubantia

Tubantia

Tubantia

Tubantia

Tubantia

 

geplaatst: 18-1-2007, Tubantia

Slinge: kaalslag of puur natuur?

 
Sinds vorig jaar doet de Slinge bij museumboerderij De Lebbenbrugge zijn naam weer eer aan. Het riviertje slingert zich net als vroeger een weg door het bos. Maar daardoor vallen enorme beuken en eiken vlak langs de oevers pardoes omver. 'Kaalslag', vindt Gemeentebelangen Berkelland. 'Puur Natuur', vindt het Waterschap.

BORCULO Wie regelmatig door het bos achter openluchttheater en zwembad 't Galgenveld in Borculo wandelt, is het vast wel opgevallen. In de directe omgeving van boerderijmuseum De Lebbenbrugge is een mooi stuk natuur ontstaan. Sinds vorig jaar stroomt de rivier De Slinge niet meer als een soort kanaal langs het bos, maar meandert het water er dwars doorheen. 'Net als vroeger', zegt woordvoerder H. Bijen van het Waterschap Rijn en IJssel. Maar fractievoorzitter Joke Pot van Gemeentebelangen Berkelland is een stuk minder blij met het herstel van de oude waterloop door het bos. 'Natuurlijk: we vinden het een mooi project. We staan positief tegenover natuurontwikkeling. Maar we maken ons grote zorgen over het feit dat er nu om de haverklap grote beuken en eiken spontaan omver en in het water vallen', zegt ze. Dat er wat bomen vlak aan de oevers omver zouden gaan, was bekend. Met name in de bochten verliezen de wortels door uitspoeling hun grip in de grond. 'Maar ons is ook verteld dat dit proces weer zou ophouden zodra de rivier zijn natuurlijke loop heeft gevonden', zegt Pot. Van ophouden is echter voorlopig nog geen sprake. De fractievoorzitter spreekt zelfs van kaalslag en verwoesting en heeft haar zorgen op papier gezet. In een brief aan het college van B en W vraagt ze om opheldering. Het bos is namelijk eigendom van de gemeente Berkelland. 'Is de gemeente op de hoogte van de situatie en is er overleg met het waterschap over te nemen maatregelen?', vraagt Pot zich af. 

Verbaasd

Woordvoerder Hans Bijen van het waterschap Rijn en IJssel is verbaasd over de kritiek. 'Nee, het is niet ons doel om bomen omver te laten vallen. Maar het kan wel het gevolg zijn als de rivier zelf zijn loop zoekt. Wij laten de natuur z'n gang gaan. En als er daardoor bomen over het water vallen, is dat toch prachtig? Zo ontstaat een mooie biotoop voor het ijsvogeltje en andere dieren.' Het waterschap is dan ook niet van plan om in te grijpen en de bomen weg te halen. 'We gaan pas maatregelen treffen als de doorstroming van het water belemmerd wordt. De bevaarbaarheid van De Slinge speelt geen rol. Het gaat ons puur om het  waterbeheer.' Bijen kan zich de zorgen over de bomen wel voorstellen. 'Maar aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat bomen die op vijf meter afstand van het water staan, omver zullen vallen. Hooguit wat exemplaren die vlak bij de waterkant staan. Maar ja, de natuur gaat z'n gang.' Wie door het bos loopt, ziet inderdaad enkele grote bomen dwars over de waterloop liggen. Een gigantische, omgevallen 'woudreus' van tientallen meters lang en met een stronk van wel drie meter spant de kroon. Natuurliefhebbers vinden het prachtig, maar Joke Pot is bezorgd. 'Mensen zeggen wel eens voor de grap: straks loopt het openluchttheater nog onder water. Zo ver zal het wel niet komen, maar wij vinden wel dat dit te ver gaat.' Volgens Bijen herstelt het waterschap alleen de oude situatie. Vroeger  meanderde de Groenlose Slinge ook door het Achterhoekse landschap. Maar daar kwam in de jaren vijftig een einde aan. De rivier werd gekanaliseerd, er werden stuwen aangebracht en er ontstond een vrij rechte watergang. Het doel daarvan was om het water in het stroomgebied zo snel mogelijk af te voeren. 'Maar dat beleid hebben we al lang weer los gelaten', zegt Bijen 'Het beleid is er nu juist op gericht om het water zo lang mogelijk in het gebied vast te houden. Het klimaat verandert en we krijgen steeds meer te maken met heftige regenbuien. Dat water moet eerst zoveel mogelijk in de regio worden opgevangen. Anders krijgen we stroomafwaarts problemen.' Door De Slinge en De Berkel meer hun gang te laten gaan en een soort overstromingsgebieden aan te wijzen, wil het waterschap het water langer vasthouden. 'Bovendien kunnen we zo de verdroging tegengaan. En dat is weer goed voor de natuur.' Volgens woordvoerster H. Roos van de gemeente Berkelland heeft het college de brief deze week ontvangen. 'We hopen binnen twee weken een antwoord te geven.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Jan Houwers

 

geplaatst: 16-1-2007, Tubantia

Berkelzomp als huwelijksbootje

Trouwen op de Berkelzomp. In openluchttheater 't Galgenveld of in museumboerderij De Lebben- brugge. Als het aan de fractie van Gemeentebelangen Berkelland ligt, moet de gemeente die mogelijkheid gaan bieden. 'Bruidsparen moeten op meer bijzondere plaatsen in Berkelland in het huwelijksbootje kunnen stappen.'
 

BORCULO Joke Pot is zelf bijzonder ambtenaar van de burgelijke stand. De fractievoorzitter van Gemeentebelangen mag dus mensen in de echt verbinden en weet daarom alles van trouwplechtigheden. 'Maar daar heeft ons verzoek niets mee te maken', benadrukt ze. 'We krijgen gewoon regelmatig vragen van mensen die op een andere plek willen trouwen. Met name uit Borculo. Want daar kun je alleen in de raadzaal van het gemeentehuis een huwelijk voltrekken. En dat is voor sommige mensen nu niet echt een romantische plek.' Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigen dat beeld. Het Berkelstadje is van alle plaatsen in deze regio het minst in trek bij huwelijkstoeristen, oftewel mensen die niet in hun woonplaats, maar elders trouwen. Gemeentebelangen Borculo, waar Joke Pot ook deel van uit maakte, heeft voor de gemeentelijke herindeling al eens een soortgelijk verzoek ingediend bij de toenmalige gemeente Borculo. 'Maar dat werd toen afgewezen. Wij kregen zelf de indruk dat de ambtenaren toen niet echt serieus de mogelijkheden onderzocht hebben. Dat willen we nu alsnog laten doen.'

Zeer bijzonder

In de rondvraag van de raadscommissie Bestuurlijk Domein vroeg Gemeentebelangen daarom vorige week het college van B en W om in Borculo een huwelijkslocatie toe te voegen. 'We willen graag onderzocht zien of boerderijmuseum De Lebbenbrugge, openluchttheater 't Galgenveld en de Berkelzomp tot de mogelijkheden behoren', aldus Pot. GB heeft zelfs al thema's bedacht voor de nieuwe huwelijkslocaties. Bij de Lebbenbrugge denkt GB aan romantiek en nostalgie, bij 't Galgenveld aan een huwelijk in de openlucht, midden tussen de natuur, en trouwen op de Berkelzomp vindt GB 'zeer bijzonder.' 'Zulke bijzondere trouwlocaties trekken ook bruidsparen van buiten Berkelland aan', weet Pot. En dat is niet alleen goed voor de gemeentekas, lokale economie, maar ook voor het imago van de gemeente. 'Kasteel Ruurlo is al heel populair bij trouwlustigen uit het hele land.'

Huwelijkstoeristen

Inderdaad blijkt uit cijfers van het CBS dat Ruurlo in tegenstelling tot Borculo wel erg in trek is bij 'huwelijkstoeristen'. Liefst 80 procent van de bruidsparen die zich er in de echt laten verbinden, komt niet uit Ruurlo, dat zijn populariteit geheel te danken heeft aan het kasteel. Pot wil daarom meer van dit soort bijzondere trouwlocaties in Berkelland. Ze realiseert zich dat er wettelijke regels zijn waaraan deze plekken moeten voldoen. 'Ze moeten openbaar toegankelijk zijn, er moeten toiletvoorzieningen zijn, maar uiteindelijk bepaalt de gemeente welke locatie wel en welke niet in aanmerking komt.' Burgemeester H. Bloemen liet vorige week de raadscommissie weten het aantal trouwlocaties in Berkelland wel 'wat mager' te vinden. Het college van B en W laat daarom door de ambtenaren onderzoeken welke mogelijkheden er in Berkelland zijn om dit aantal uit te breiden. 'Dat wordt een algehele afweging, een soort nieuwe beleidsnota, die er voor de zomervakantie moet zijn', aldus gemeentewoordvoerder H. Roos. In die beleidsnota wordt ook het in 2005 ingediende verzoek om in de synagoge aan de  Weverstraat in Borculo te kunnen trouwen meegenomen. Vorig jaar drong ook D66 aan op liberalisatie van de trouwplechtigheden. Al ging het fractievoorzitter Han Boer niet zozeer om de locaties, als wel om de persoon van de ambtenaar van de burgelijke stand. D66 vindt dat bruidsparen zich op verzoek ook moeten  kunnen laten trouwen door hun vader, moeder, broer, zus, vriend of buurman. De gemeente wijst zo iemand voor een dagdeel aan als buitengewoon ambtenaar van de burgelijke stand. 'In andere plaatsen is dit een groot succes', aldus Boer. Burgemeester Bloemen was niet enthousiast. 'Het in de echt verbinden van twee mensen is een officiële handeling, die je niet zomaar aan iedereen kunt overlaten.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geplaatst: 11-12-2006, Tubantia

Nostalgie verkoopt uitstekend 

BORCULO - De traditionele Midwintermiddag bij museum De Lebbenbrugge in Borculo brengt vooral ouderen in beweging. Ze genieten van oude ambachten en streekgerechten.

Achter het koude bos met kale bomen zakt een grote oranje bal achter de horizon in de Slinge. In de verte klinken de zo karakteristieke geluiden van de midwinterhoorn. Het voelt als teruggaan in de tijd. Dichterbij gekomen hoor je het geroezemoes van mensen die op zondagmiddag de Midwintermiddag bij Museum de Lebbenbrugge bezoeken.
Tijdens de jaarlijks terugkerende middag, die ongeveer vijftien jaar geleden voor het eerst werd gehouden, laten vrijwilligers van het museum en een aantal genodigden allerlei oude ambachten zien. Zo wordt er druk gesponnen, bakt men krentenwegges en zijn er een houtdraaier en een kaarsenmaakster actief. Ook kunnen de bezoekers van traditionele lekkernijen genieten. De opbrengst daarvan wordt gebruikt voor onderhoud en restauratie van het pand en de oude werktuigen.
Buiten voor de prachtig gerestaureerde schuur brandt gezellig het hout in twee vuurkorven, waaraan het publiek de handen warmt. Binnen en op de deel van het oude huis vermengen de geuren van zoete wafels, kniepertjes, snert en glühwein zich op een prettige manier met elkaar. Aan de drommen mensen die zich langs de tafels met lekkernijen wurmen, valt af te lezen dat nostalgie nog altijd goed verkoopt.
Eén van de demonstraties van de middag is het op ouderwetse manier optuigen van een kerstboom. Annemien Hulstein, al jaren als gastvrouw vrijwilligster bij de Lebbenbrugge, laat zien hoe men vroeger zo'n den versierde. ‘Arme boerenfamilies maakten op een inventieve manier gebruik van alles wat de natuur voortbrengt’, zegt zij. ‘Wij deden dat in mijn jeugd in de jaren vijftig ook thuis, ik heb het van mijn moeder afgekeken.’
Eigenlijk zijn de walnoten aan een touwtje, slingers van gedroogde appeltjes en beukennootjes, de echte kaarsen en de met zilverpapier omwikkelde haverhalmen wel verfrissend.
Nog meer historie is te vinden in de kamer van het oude huis. Daar nestelen zich aan het einde van de middag meer dan twintig belangstellenden op de houten klapstoelen rond de haardplaats, om terug te keren naar een tafereel dat zich in het begin van de twintigste eeuw kan hebben afgespeeld. Er klinkt een klop op de deur, waarna zompschipper-van-nu Wim Mogezomp binnenkomt als Willem Keizer, de laatste Berkelschipper van Borculo. In het dialect vertelt ‘Willem’ oude, op historische feiten gebaseerde verhalen aan zijn toehoorders. Over wat hij allemaal heeft meegemaakt op het water en tijdens de periode dat hij rond 1870
in Duitsland werkte om geld te verdienen voor een eigen zomp. Het publiek zit, gepakt door zijn avonturen, doodstil te luisteren. Na afloop waaiert het gezelschap uit in het inmiddels donkere bos. In de verte begeleid door de laatste tonen van de midwinterhoorns.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geplaatst: 15-06-2007,  Tubantia

Lebbenbrugge als trouwlocatie 

BORCULO - Bruidsparen kunnen voortaan in Berkelland ook trouwen in een museumboerderij. Het college van B en W heeft deze week besloten om De Lebbenbrugge in Borculo aan te wijzen als trouwlocatie. "Een prima plek, die voldoet aan alle criteria", vindt burgemeester H. Bloemen van Berkelland. Zo beschikt het museum over verschillende ruimten die geschikt zijn om huwelijken te voltrekken en heeft de monumentale boerderij de stijl en uitstraling die passen bij een huwelijkslocatie, vinden burgemeester en wethouders. Ze komen daarom tegemoet aan de wens van de Meester Hendrik Willem Heuvelstichting om haar museumboerderij aan te wijzen als trouwlocatie. Ook de fractie van Gemeentebelangen (GB) had mij monde van Joke Pot om uitbreiding van het aantal trouwlocaties in Borculo gevraagd. GB vroeg het college om te onderzoeken of behalve De Lebbenbrugge ook openluchttheater 't Galgenveld en berkelzomp De Jappe geschikt zijn als trouwlocatie. "Maar dat wijzen we af", aldus Bloemen. "Volgens de wet mogen huwelijksplechtigheden niet in de openlucht plaatsvinden en moet de locatie openbaar toegankelijk zijn. Dat is bij de Berkelzomp en 't Galgenveld niet het geval. Dat betekent dat aanstaande echtparen nu kunnen kiezen uit vijf trouwlocaties in Berkelland: het gemeentehuis in Borculo, het kasteel in Ruurlo, Huize De Kamp in Neede, het Muldershuis in Eibergen en De Lebbenbrugge in Borculo.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geplaatst: 22-11-2007, Tubantia

Paar 'oaver de Lebbenbrugge'

BORCULO - Michiel Klein Willink en Nicol Eelink trouwen in boerderijmuseum.

Er hebben een paar eeuwen tussen gezeten, maar sinds gisteren bestaat er weer een bruidspaar 'van de Lebbenbrugge'. Michiel Klein Willink en Nicol Eelink gaven elkaar in de keuken van de museumboerderij annex herberg annex tolhuis het jawoord. Ze zijn voor zover bekend het tweede stel dat hier trouwde. Het eerste deed dat volgens buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand Joke Pot "ergens in zestienhonderd, heel wiet vort". Pas onlangs voegde de gemeente Berkelland het monument toe aan de plaatsen waar kan worden getrouwd. De Meester H.W. Heuvelstichting die eigenaar is van De Lebbenbrugge, vaart wel bij het sluiten van huwelijken in het historische gebouw. "Het bestuur van de Heuvelstichting is ongelofelijk aan het poetsen geweest", verklapte Joke Pot in haar welkomstwoordje aan bruidspaar, familie en verdere genodigden en belangstellenden. Onder die laatste groep bevond zich Michiels oude schoolmeester Henk Witvoet in zijn rol van voorzitter van de Heuvelstichting. Bovenop hun trouwboekje kregen Michiel en Nicol van hem een nieuw exemplaar van Oud-Achterhoeksch Boerenleven, het boek van meester Heuvel.

De huwelijksvoltrekking zelf was "plechtig, op zien Achterhooks", volgens Pot. De in het dialect vertaalde trouwakte "zelfs Diekhooks". Behalve voor het paar in kwestie zelf, gold "dizze bezundere dag" ook de museumboerderij. Trouwlustige paren kunnen in verschillende ruimtes van De Lebbenbrugge worden gehuwd. Het gezelschap van gisteren paste - inclusief enig met de museumboerderij verbonden publiek - net in de keuken. In eerste instantie werd ook de deel benut voor de ontvangst van familie en bekenden. Het museum beschikt sinds enige tijd over een ontvangstruimte in de schuur ernaast. Ook die is voor huwelijkssluitingen te gebruiken.

Toen vorstbisschop Berend van Galen uit Münster in 1672 de Nederlanden binnenviel en in het Ruurlose Broek de boeren tegen zich in het harnas joeg, zouden deze hem hebben nageroepen: "Ie bunt nog neet oaver de Lebbenbrugge!" De bijna-echtelieden zouden het in de loop van de speech voorafgaande aan hun jawoord diverse keren horen. Het deed bruidegom Michiel Klein Willink daarna quasi serieus verzuchten: "Wiej hebt't in orde". Moraal van het verhaal voor Joke Pot: "Samen kom iej altied oaver de Lebbenbrugge." Voor de hoofdpersonen van het Lebbenbrugger huwelijk was er na het jawoord een borrel uit antieke glaasjes uit de museumcollectie, het 'volk' liet zich de kruidenbitter uit hedendaags kunststof smaken.

Michiel Klein Willink (27) en Nicol Eelink (26) ontmoetten elkaar tien jaar geleden in de Borculose Albert Heijn-supermarkt. De bruidegom was via zijn danspartner - Nicols oudere zus Kirsten - al eens bij de Eelinks thuis geweest. Sinds een jaar of vier woont het stel samen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Lebbenbrugge voldoet prima als trouwlocatie. Herman Schepers,  geboren en getogen op de museumboerderij, weet ’t: hij vierde er met zijn vrouw Jenneken vorig jaar zijn 55-jarig huwelijksfeest.

archieffoto Henk Braakhekke